NL: verdraaienSynoniemen: misvormen, veranderen, wegrukken, stemsleutel
DE: verdrehen, entstellen
EN: distort
ES: desvirtuar, desfigurar
FR: tordre, déformer, torturer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verdraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verdraai jij verdraait hij verdraait wij verdraaien jullie verdraaien zij verdraaien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verdraaid jij hebt verdraaid hij heeft verdraaid wij hebben verdraaid jullie hebben verdraaid zij hebben verdraaid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verdraaide jij verdraaide hij verdraaide wij verdraaiden jullie verdraaiden zij verdraaiden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verdraaid jij had verdraaid hij had verdraaid wij hadden verdraaid jullie hadden verdraaid zij hadden verdraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verdraaien jij zult verdraaien hij zal verdraaien wij zullen verdraaien jullie zullen verdraaien zij zullen verdraaien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verdraaid hebben jij zult verdraaid hebben hij zal verdraaid hebben wij zullen verdraaid hebben jullie zullen verdraaid hebben zij zullen verdraaid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verdraaien jij zou verdraaien hij zou verdraaien wij zouden verdraaien jullie zouden verdraaien zij zouden verdraaien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verdraaid hebben jij zou verdraaid hebben hij zou verdraaid hebben wij zouden verdraaid hebben jullie zouden verdraaid hebben zij zouden verdraaid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verdraai
|