NL: verdonkeremanenSynoniemen: stelen, verduisteren, wegpikken, wegkapen, vervreemden, pikken, ontvreemden, jatten, inpikken, gappen, achteroverdrukken, wegnemen, toeëigenen, snaaien, ontnemen, kapen, wegfutselen, achterhouden
DE: verdonkeremanen (ontvreemden): stehlen, klauen, wegschnappen, rauben
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verdonkeremaand
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verdonkeremaan jij verdonkeremaant hij verdonkeremaant wij verdonkeremanen jullie verdonkeremanen zij verdonkeremanen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verdonkeremaand jij hebt verdonkeremaand hij heeft verdonkeremaand wij hebben verdonkeremaand jullie hebben verdonkeremaand zij hebben verdonkeremaand
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verdonkeremaande jij verdonkeremaande hij verdonkeremaande wij verdonkeremaanden jullie verdonkeremaanden zij verdonkeremaanden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verdonkeremaand jij had verdonkeremaand hij had verdonkeremaand wij hadden verdonkeremaand jullie hadden verdonkeremaand zij hadden verdonkeremaand
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verdonkeremanen jij zult verdonkeremanen hij zal verdonkeremanen wij zullen verdonkeremanen jullie zullen verdonkeremanen zij zullen verdonkeremanen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verdonkeremaand hebben jij zult verdonkeremaand hebben hij zal verdonkeremaand hebben wij zullen verdonkeremaand hebben jullie zullen verdonkeremaand hebben zij zullen verdonkeremaand hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verdonkeremanen jij zou verdonkeremanen hij zou verdonkeremanen wij zouden verdonkeremanen jullie zouden verdonkeremanen zij zouden verdonkeremanen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verdonkeremaand hebben jij zou verdonkeremaand hebben hij zou verdonkeremaand hebben wij zouden verdonkeremaand hebben jullie zouden verdonkeremaand hebben zij zouden verdonkeremaand hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verdonkeremaan
|