NL: verdelgenSynoniemen: bestrijden, uitroeien, solveren, opheffen, liquideren, afwikkelen, uitdelgen
DE: ausrotten, vertilgen, ausmerzen
EN: exterminate, destroy
ES: extirpar, exterminar
FR: exterminer, détruire, anéantir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verdelgd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verdelg jij verdelgt hij verdelgt wij verdelgen jullie verdelgen zij verdelgen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verdelgd jij hebt verdelgd hij heeft verdelgd wij hebben verdelgd jullie hebben verdelgd zij hebben verdelgd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verdelgde jij verdelgde hij verdelgde wij verdelgden jullie verdelgden zij verdelgden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verdelgd jij had verdelgd hij had verdelgd wij hadden verdelgd jullie hadden verdelgd zij hadden verdelgd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verdelgen jij zult verdelgen hij zal verdelgen wij zullen verdelgen jullie zullen verdelgen zij zullen verdelgen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verdelgd hebben jij zult verdelgd hebben hij zal verdelgd hebben wij zullen verdelgd hebben jullie zullen verdelgd hebben zij zullen verdelgd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verdelgen jij zou verdelgen hij zou verdelgen wij zouden verdelgen jullie zouden verdelgen zij zouden verdelgen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verdelgd hebben jij zou verdelgd hebben hij zou verdelgd hebben wij zouden verdelgd hebben jullie zouden verdelgd hebben zij zouden verdelgd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verdelg
|