NL: verdagenSynoniemen: opschorten, verschuiven, uittrekken, uitstellen, uitkrijgen, uitdoen, afzetten, afleggen, afdoen, aanhouden, verlengen
DE: vertagen
EN: adjourn
ES: suspender, prorrogar, diferir
FR: remettre, renvoyer, reporter, ajourner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verdaagd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verdaag jij verdaagt hij verdaagt wij verdagen jullie verdagen zij verdagen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verdaagd jij hebt verdaagd hij heeft verdaagd wij hebben verdaagd jullie hebben verdaagd zij hebben verdaagd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verdaagde jij verdaagde hij verdaagde wij verdaagden jullie verdaagden zij verdaagden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verdaagd jij had verdaagd hij had verdaagd wij hadden verdaagd jullie hadden verdaagd zij hadden verdaagd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verdagen jij zult verdagen hij zal verdagen wij zullen verdagen jullie zullen verdagen zij zullen verdagen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verdaagd hebben jij zult verdaagd hebben hij zal verdaagd hebben wij zullen verdaagd hebben jullie zullen verdaagd hebben zij zullen verdaagd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verdagen jij zou verdagen hij zou verdagen wij zouden verdagen jullie zouden verdagen zij zouden verdagen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verdaagd hebben jij zou verdaagd hebben hij zou verdaagd hebben wij zouden verdaagd hebben jullie zouden verdaagd hebben zij zouden verdaagd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verdaag
|