NL: verbluffenSynoniemen: epateren, overdonderen, verbijsteren, ontzetten, ontstellen, onthutsen
DE: erstaunen, verdutzen, verblüffen
EN: stagger, dumbfound
ES: pasmar, maravillar, asombrar
FR: impressioner, époustoufler, ébahir, stupéfier, interloquer, estomaquer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verbluft
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verbluf jij verbluft hij verbluft wij verbluffen jullie verbluffen zij verbluffen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verbluft jij hebt verbluft hij heeft verbluft wij hebben verbluft jullie hebben verbluft zij hebben verbluft
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verblufte jij verblufte hij verblufte wij verbluften jullie verbluften zij verbluften
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verbluft jij had verbluft hij had verbluft wij hadden verbluft jullie hadden verbluft zij hadden verbluft
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verbluffen jij zult verbluffen hij zal verbluffen wij zullen verbluffen jullie zullen verbluffen zij zullen verbluffen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verbluft hebben jij zult verbluft hebben hij zal verbluft hebben wij zullen verbluft hebben jullie zullen verbluft hebben zij zullen verbluft hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verbluffen jij zou verbluffen hij zou verbluffen wij zouden verbluffen jullie zouden verbluffen zij zouden verbluffen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verbluft hebben jij zou verbluft hebben hij zou verbluft hebben wij zouden verbluft hebben jullie zouden verbluft hebben zij zouden verbluft hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verbluf
|