NL: verbloemenSynoniemen: goedpraten, maskeren
EN: disguise, camouflage, dissemble, veil
ES: disimular, encubrir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verbloemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verbloem jij verbloemt hij verbloemt wij verbloemen jullie verbloemen zij verbloemen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verbloemd jij hebt verbloemd hij heeft verbloemd wij hebben verbloemd jullie hebben verbloemd zij hebben verbloemd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verbloemde jij verbloemde hij verbloemde wij verbloemden jullie verbloemden zij verbloemden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verbloemd jij had verbloemd hij had verbloemd wij hadden verbloemd jullie hadden verbloemd zij hadden verbloemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verbloemen jij zult verbloemen hij zal verbloemen wij zullen verbloemen jullie zullen verbloemen zij zullen verbloemen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verbloemd hebben jij zult verbloemd hebben hij zal verbloemd hebben wij zullen verbloemd hebben jullie zullen verbloemd hebben zij zullen verbloemd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verbloemen jij zou verbloemen hij zou verbloemen wij zouden verbloemen jullie zouden verbloemen zij zouden verbloemen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verbloemd hebben jij zou verbloemd hebben hij zou verbloemd hebben wij zouden verbloemd hebben jullie zouden verbloemd hebben zij zouden verbloemd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verbloem
|