Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

verbergen vervoegen




DE: verbergen

NL: verbergen
Synoniemen: ontveinzen

DE: verstecken, einräumen, wegräumen, wegstecken, verstecken, bedecken, kaschieren, maskieren, tarnen, verhüllen, verschleiern, vertuschen
EN: dissemble

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
verborgen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik verberg
jij verbergt
hij verbergt
wij verbergen
jullie verbergen
zij verbergen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb verborgen
jij hebt verborgen
hij heeft verborgen
wij hebben verborgen
jullie hebben verborgen
zij hebben verborgen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik verborg
jij verborg
hij verborg
wij verborgen
jullie verborgen
zij verborgen
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had verborgen
jij had verborgen
hij had verborgen
wij hadden verborgen
jullie hadden verborgen
zij hadden verborgen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal verbergen
jij zult verbergen
hij zal verbergen
wij zullen verbergen
jullie zullen verbergen
zij zullen verbergen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal verborgen hebben
jij zult verborgen hebben
hij zal verborgen hebben
wij zullen verborgen hebben
jullie zullen verborgen hebben
zij zullen verborgen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou verbergen
jij zou verbergen
hij zou verbergen
wij zouden verbergen
jullie zouden verbergen
zij zouden verbergen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou verborgen hebben
jij zou verborgen hebben
hij zou verborgen hebben
wij zouden verborgen hebben
jullie zouden verborgen hebben
zij zouden verborgen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
verberg


DE: verbergen
Synoniemen: verstecken, einräumen, wegräumen, wegstecken, verstecken, bedecken, kaschieren, maskieren, tarnen, verhüllen, verschleiern, vertuschen

NL: ontveinzen
EN: dissemble
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
verborgen
verbergend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich verberge
du verbirgst
er verbirgt
wir verbergen
ihr verbergt
sie; Sie verbergen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe verborgen
du hast verborgen
er hat verborgen
wir haben verborgen
ihr habt verborgen
sie; Sie haben verborgen
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich verbarg
du verbargest
er verbarg
wir verbargen
ihr verbarget
sie; Sie verbargen
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte verborgen
du hattest verborgen
er hatte verborgen
wir hatten verborgen
ihr hattet verborgen
sie; Sie hatten verborgen
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde verbergen
du wirst verbergen
er wird verbergen
wir werden verbergen
ihr werdet verbergen
sie; Sie werden verbergen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde verborgen haben
du wirst verborgen haben
er wird verborgen haben
wir werden verborgen haben
ihr werdet verborgen haben
sie; Sie werden verborgen haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich verberge
du verbergest
er verberge
wir verbergen
ihr verberget
sie; Sie verbergen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe verborgen
du habest verborgen
er habe verborgen
wir haben verborgen
ihr habet verborgen
sie; Sie haben verborgen
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich verbärge
du verbärgest
er verbärge
wir verbärgen
ihr verbärget
sie; Sie verbärgen
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte verborgen
du hättest verborgen
er hätte verborgen
wir hätten verborgen
ihr hättet verborgen
sie; Sie hätten verborgen
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde verbergen
du würdest verbergen
er würde verbergen
wir würden verbergen
ihr würdet verbergen
sie; Sie würden verbergen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde verborgen haben
du würdest verborgen haben
er würde verborgen haben
wir würden verborgen haben
ihr würdet verborgen haben
sie; Sie würden verborgen haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du verbirg

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/verbergen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald