NL: verbeeldenSynoniemen: indenken, uitbeelden, verpersonificeren, vertolken
DE: verbeelden (verpersonificeren): darstellen, ausdrücken, wiedergeben
EN: verbeelden (verpersonificeren): represent, interpret, portray, impersonate, personify
ES: verbeelden (verpersonificeren): interpretar, encarnar, pintar, expresar, caracterizar, imitar, personificar
FR: verbeelden (verpersonificeren): représenter, personnifier, interpréter, imiter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verbeeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verbeeld jij verbeeldt hij verbeeldt wij verbeelden jullie verbeelden zij verbeelden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verbeeld jij hebt verbeeld hij heeft verbeeld wij hebben verbeeld jullie hebben verbeeld zij hebben verbeeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verbeeldde jij verbeeldde hij verbeeldde wij verbeeldden jullie verbeeldden zij verbeeldden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verbeeld jij had verbeeld hij had verbeeld wij hadden verbeeld jullie hadden verbeeld zij hadden verbeeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verbeelden jij zult verbeelden hij zal verbeelden wij zullen verbeelden jullie zullen verbeelden zij zullen verbeelden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verbeeld hebben jij zult verbeeld hebben hij zal verbeeld hebben wij zullen verbeeld hebben jullie zullen verbeeld hebben zij zullen verbeeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verbeelden jij zou verbeelden hij zou verbeelden wij zouden verbeelden jullie zouden verbeelden zij zouden verbeelden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verbeeld hebben jij zou verbeeld hebben hij zou verbeeld hebben wij zouden verbeeld hebben jullie zouden verbeeld hebben zij zouden verbeeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verbeeld
|