NL: verantwoordenSynoniemen: rechtvaardigen, verantwoord
DE: verantworten, rechtfertigen
EN: justify, answer for
ES: justificar, rendir cuenta, explicar, dar cuenta de, legitimar
FR: justifier, légitimer, excuser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verantwoord
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verantwoord jij verantwoordt hij verantwoordt wij verantwoorden jullie verantwoorden zij verantwoorden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verantwoord jij hebt verantwoord hij heeft verantwoord wij hebben verantwoord jullie hebben verantwoord zij hebben verantwoord
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verantwoordde jij verantwoordde hij verantwoordde wij verantwoordden jullie verantwoordden zij verantwoordden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verantwoord jij had verantwoord hij had verantwoord wij hadden verantwoord jullie hadden verantwoord zij hadden verantwoord
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verantwoorden jij zult verantwoorden hij zal verantwoorden wij zullen verantwoorden jullie zullen verantwoorden zij zullen verantwoorden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verantwoord hebben jij zult verantwoord hebben hij zal verantwoord hebben wij zullen verantwoord hebben jullie zullen verantwoord hebben zij zullen verantwoord hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verantwoorden jij zou verantwoorden hij zou verantwoorden wij zouden verantwoorden jullie zouden verantwoorden zij zouden verantwoorden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verantwoord hebben jij zou verantwoord hebben hij zou verantwoord hebben wij zouden verantwoord hebben jullie zouden verantwoord hebben zij zouden verantwoord hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verantwoord
|