NL: verafgodenSynoniemen: aanbidden, adoreren, vereren
DE: verafgoden (aanbidden): vergöttern, anbeten, verehren, anhimmeln
EN: verafgoden (aanbidden): adore, worship, glorify, idolize
ES: verafgoden (aanbidden): adorar, enaltecer, admirar, glorificar
FR: verafgoden (aanbidden): adorer, vénérer, vouer une adoration à, idolâtrer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
verafgood
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verafgood jij verafgoodt hij verafgoodt wij verafgooden jullie verafgooden zij verafgooden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb verafgood jij hebt verafgood hij heeft verafgood wij hebben verafgood jullie hebben verafgood zij hebben verafgood
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verafgoodde jij verafgoodde hij verafgoodde wij verafgoodden jullie verafgoodden zij verafgoodden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had verafgood jij had verafgood hij had verafgood wij hadden verafgood jullie hadden verafgood zij hadden verafgood
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal verafgooden jij zult verafgooden hij zal verafgooden wij zullen verafgooden jullie zullen verafgooden zij zullen verafgooden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal verafgood hebben jij zult verafgood hebben hij zal verafgood hebben wij zullen verafgood hebben jullie zullen verafgood hebben zij zullen verafgood hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou verafgooden jij zou verafgooden hij zou verafgooden wij zouden verafgooden jullie zouden verafgooden zij zouden verafgooden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou verafgood hebben jij zou verafgood hebben hij zou verafgood hebben wij zouden verafgood hebben jullie zouden verafgood hebben zij zouden verafgood hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verafgood
|