NL: veraanschouwelijkenSynoniemen: illustreren, voorstellen, demonstreren
DE: veraanschouwelijken (aanschouwelijk maken): veranschaulichen, anschaulich machen, eineKundgebunghalten, eineKundgebungabhalten
EN: veraanschouwelijken (aanschouwelijk maken): demonstrate, expose, illustrate, make your point, show what you mean
ES: veraanschouwelijken (aanschouwelijk maken): demostrar, ilustrar
FR: veraanschouwelijken (aanschouwelijk maken): démontrer, faire la démonstration de, illustrer, montrer, rendre plus concret
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
veraanschouwelijkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik veraanschouwelijk jij veraanschouwelijkt hij veraanschouwelijkt wij veraanschouwelijken jullie veraanschouwelijken zij veraanschouwelijken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb veraanschouwelijkt jij hebt veraanschouwelijkt hij heeft veraanschouwelijkt wij hebben veraanschouwelijkt jullie hebben veraanschouwelijkt zij hebben veraanschouwelijkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik veraanschouwelijkte jij veraanschouwelijkte hij veraanschouwelijkte wij veraanschouwelijkten jullie veraanschouwelijkten zij veraanschouwelijkten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had veraanschouwelijkt jij had veraanschouwelijkt hij had veraanschouwelijkt wij hadden veraanschouwelijkt jullie hadden veraanschouwelijkt zij hadden veraanschouwelijkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal veraanschouwelijken jij zult veraanschouwelijken hij zal veraanschouwelijken wij zullen veraanschouwelijken jullie zullen veraanschouwelijken zij zullen veraanschouwelijken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal veraanschouwelijkt hebben jij zult veraanschouwelijkt hebben hij zal veraanschouwelijkt hebben wij zullen veraanschouwelijkt hebben jullie zullen veraanschouwelijkt hebben zij zullen veraanschouwelijkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou veraanschouwelijken jij zou veraanschouwelijken hij zou veraanschouwelijken wij zouden veraanschouwelijken jullie zouden veraanschouwelijken zij zouden veraanschouwelijken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou veraanschouwelijkt hebben jij zou veraanschouwelijkt hebben hij zou veraanschouwelijkt hebben wij zouden veraanschouwelijkt hebben jullie zouden veraanschouwelijkt hebben zij zouden veraanschouwelijkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
veraanschouwelijk
|