NL: veraangenamenEN: make more pleasant, render agreeable, make agreeable
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
veraangenaamd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik veraangenaam jij veraangenaamt hij veraangenaamt wij veraangenamen jullie veraangenamen zij veraangenamen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben veraangenaamd jij bent veraangenaamd hij is veraangenaamd wij zijn veraangenaamd jullie zijn veraangenaamd zij zijn veraangenaamd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik veraangenaamde jij veraangenaamde hij veraangenaamde wij veraangenaamden jullie veraangenaamden zij veraangenaamden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was veraangenaamd jij was veraangenaamd hij was veraangenaamd wij waren veraangenaamd jullie waren veraangenaamd zij waren veraangenaamd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal veraangenamen jij zult veraangenamen hij zal veraangenamen wij zullen veraangenamen jullie zullen veraangenamen zij zullen veraangenamen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal veraangenaamd zijn jij zult veraangenaamd zijn hij zal veraangenaamd zijn wij zullen veraangenaamd zijn jullie zullen veraangenaamd zijn zij zullen veraangenaamd zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou veraangenamen jij zou veraangenamen hij zou veraangenamen wij zouden veraangenamen jullie zouden veraangenamen zij zouden veraangenamen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou veraangenaamd zijn jij zou veraangenaamd zijn hij zou veraangenaamd zijn wij zouden veraangenaamd zijn jullie zouden veraangenaamd zijn zij zouden veraangenaamd zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
veraangenaam
|