Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

venten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: venten
Synoniemen: huis-aan-huis-verkopen, leuren

DE: venten (huis-aan-huis-verkopen): feilbieten, handeln, anbieten, verkaufen, hausieren
EN: venten (huis-aan-huis-verkopen): peddle
ES: venten (huis-aan-huis-verkopen): vender a domicilio
FR: venten (huis-aan-huis-verkopen): colporter, vendre porte-à-porte

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gevent
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik vent
jij vent
hij vent
wij venten
jullie venten
zij venten
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gevent
jij hebt gevent
hij heeft gevent
wij hebben gevent
jullie hebben gevent
zij hebben gevent
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik ventte
jij ventte
hij ventte
wij ventten
jullie ventten
zij ventten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gevent
jij had gevent
hij had gevent
wij hadden gevent
jullie hadden gevent
zij hadden gevent
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal venten
jij zult venten
hij zal venten
wij zullen venten
jullie zullen venten
zij zullen venten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gevent hebben
jij zult gevent hebben
hij zal gevent hebben
wij zullen gevent hebben
jullie zullen gevent hebben
zij zullen gevent hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou venten
jij zou venten
hij zou venten
wij zouden venten
jullie zouden venten
zij zouden venten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gevent hebben
jij zou gevent hebben
hij zou gevent hebben
wij zouden gevent hebben
jullie zouden gevent hebben
zij zouden gevent hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
vent

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/venten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English