NL: ventenSynoniemen: huis-aan-huis-verkopen, leuren
DE: venten (huis-aan-huis-verkopen): feilbieten, handeln, anbieten, verkaufen, hausieren
EN: venten (huis-aan-huis-verkopen): peddle
ES: venten (huis-aan-huis-verkopen): vender a domicilio
FR: venten (huis-aan-huis-verkopen): colporter, vendre porte-à-porte
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gevent
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vent jij vent hij vent wij venten jullie venten zij venten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gevent jij hebt gevent hij heeft gevent wij hebben gevent jullie hebben gevent zij hebben gevent
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ventte jij ventte hij ventte wij ventten jullie ventten zij ventten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gevent jij had gevent hij had gevent wij hadden gevent jullie hadden gevent zij hadden gevent
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal venten jij zult venten hij zal venten wij zullen venten jullie zullen venten zij zullen venten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gevent hebben jij zult gevent hebben hij zal gevent hebben wij zullen gevent hebben jullie zullen gevent hebben zij zullen gevent hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou venten jij zou venten hij zou venten wij zouden venten jullie zouden venten zij zouden venten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gevent hebben jij zou gevent hebben hij zou gevent hebben wij zouden gevent hebben jullie zouden gevent hebben zij zouden gevent hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vent
|