NL: veinzenSynoniemen: doen alsof, fingeren, voorwenden, simuleren
EN: veinzen (fingeren): simulate, feign, pretend, do as if
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geveinsd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik veins jij veinst hij veinst wij veinzen jullie veinzen zij veinzen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geveinsd jij hebt geveinsd hij heeft geveinsd wij hebben geveinsd jullie hebben geveinsd zij hebben geveinsd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik veinsde jij veinsde hij veinsde wij veinsden jullie veinsden zij veinsden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geveinsd jij had geveinsd hij had geveinsd wij hadden geveinsd jullie hadden geveinsd zij hadden geveinsd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal veinzen jij zult veinzen hij zal veinzen wij zullen veinzen jullie zullen veinzen zij zullen veinzen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geveinsd hebben jij zult geveinsd hebben hij zal geveinsd hebben wij zullen geveinsd hebben jullie zullen geveinsd hebben zij zullen geveinsd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou veinzen jij zou veinzen hij zou veinzen wij zouden veinzen jullie zouden veinzen zij zouden veinzen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geveinsd hebben jij zou geveinsd hebben hij zou geveinsd hebben wij zouden geveinsd hebben jullie zouden geveinsd hebben zij zouden geveinsd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
veins
|