NL: vegenSynoniemen: aanvegen, poetsen, wegvegen, wissen, afwissen, afvegen, afdrogen
DE: wegfegen, wischen, abwischen
EN: sweep
ES: barrer
FR: balayer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geveegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik veeg jij veegt hij veegt wij vegen jullie vegen zij vegen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geveegd jij hebt geveegd hij heeft geveegd wij hebben geveegd jullie hebben geveegd zij hebben geveegd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik veegde jij veegde hij veegde wij veegden jullie veegden zij veegden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geveegd jij had geveegd hij had geveegd wij hadden geveegd jullie hadden geveegd zij hadden geveegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vegen jij zult vegen hij zal vegen wij zullen vegen jullie zullen vegen zij zullen vegen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geveegd hebben jij zult geveegd hebben hij zal geveegd hebben wij zullen geveegd hebben jullie zullen geveegd hebben zij zullen geveegd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vegen jij zou vegen hij zou vegen wij zouden vegen jullie zouden vegen zij zouden vegen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geveegd hebben jij zou geveegd hebben hij zou geveegd hebben wij zouden geveegd hebben jullie zouden geveegd hebben zij zouden geveegd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
veeg
|