Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

vastzitten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: vastzitten
Synoniemen: blijven hangen, gevangen zitten, klemzitten

DE: festliegen, festsitzen
EN: be stuck, be jammed
ES: quedar atascado, estar firme, empantanarse, meterse en un atolladero
FR: être immobilisé, être fixé, être coincé, être dans une impasse

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
vastgezeten
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik zit vast
jij zit vast
hij zit vast
wij zitten vast
jullie zitten vast
zij zitten vast
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb vastgezeten
jij hebt vastgezeten
hij heeft vastgezeten
wij hebben vastgezeten
jullie hebben vastgezeten
zij hebben vastgezeten
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik zat vast
jij zat vast
hij zat vast
wij zaten vast
jullie zaten vast
zij zaten vast
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had vastgezeten
jij had vastgezeten
hij had vastgezeten
wij hadden vastgezeten
jullie hadden vastgezeten
zij hadden vastgezeten
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal vastzitten
jij zult vastzitten
hij zal vastzitten
wij zullen vastzitten
jullie zullen vastzitten
zij zullen vastzitten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal vastgezeten hebben
jij zult vastgezeten hebben
hij zal vastgezeten hebben
wij zullen vastgezeten hebben
jullie zullen vastgezeten hebben
zij zullen vastgezeten hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou vastzitten
jij zou vastzitten
hij zou vastzitten
wij zouden vastzitten
jullie zouden vastzitten
zij zouden vastzitten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou vastgezeten hebben
jij zou vastgezeten hebben
hij zou vastgezeten hebben
wij zouden vastgezeten hebben
jullie zouden vastgezeten hebben
zij zouden vastgezeten hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
zit vast

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/vastzitten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English