NL: vastschroevenSynoniemen: dichtschroeven, schroeven, aanschroeven
DE: anziehen, andrehen, anschrauben, festschrauben, festdrehen
EN: screw on, screw down
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vastgeschroefd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schroef vast jij schroeft vast hij schroeft vast wij schroeven vast jullie schroeven vast zij schroeven vast
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vastgeschroefd jij hebt vastgeschroefd hij heeft vastgeschroefd wij hebben vastgeschroefd jullie hebben vastgeschroefd zij hebben vastgeschroefd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schroefde vast jij schroefde vast hij schroefde vast wij schroefden vast jullie schroefden vast zij schroefden vast
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vastgeschroefd jij had vastgeschroefd hij had vastgeschroefd wij hadden vastgeschroefd jullie hadden vastgeschroefd zij hadden vastgeschroefd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vastschroeven jij zult vastschroeven hij zal vastschroeven wij zullen vastschroeven jullie zullen vastschroeven zij zullen vastschroeven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vastgeschroefd hebben jij zult vastgeschroefd hebben hij zal vastgeschroefd hebben wij zullen vastgeschroefd hebben jullie zullen vastgeschroefd hebben zij zullen vastgeschroefd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vastschroeven jij zou vastschroeven hij zou vastschroeven wij zouden vastschroeven jullie zouden vastschroeven zij zouden vastschroeven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vastgeschroefd hebben jij zou vastgeschroefd hebben hij zou vastgeschroefd hebben wij zouden vastgeschroefd hebben jullie zouden vastgeschroefd hebben zij zouden vastgeschroefd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schroef vast
|