Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

vastleggen vervoegen




NL: vastleggen
Synoniemen: afspreken, contracteren, opnemen, opschrijven, vastbinden, vastkluisteren, vastmaken, vastmeren, verankeren, werven, registreren, boeken, aanwerven, aantekenen, aanbrengen, meren, afmeren, aanmeren, aanleggen, optekenen, noteren, reserveren, bespreken, ve

DE: anlegen, vertäuen
EN: fix, moor, fasten, tie up, fasten to a rope
ES: atar a una cuerda
FR: amarrer, attacher, lier, mettre à l'attache

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
vastgelegd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik leg vast
jij legt vast
hij legt vast
wij leggen vast
jullie leggen vast
zij leggen vast
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb vastgelegd
jij hebt vastgelegd
hij heeft vastgelegd
wij hebben vastgelegd
jullie hebben vastgelegd
zij hebben vastgelegd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik legde vast
jij legde vast
hij legde vast
wij legden vast
jullie legden vast
zij legden vast
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had vastgelegd
jij had vastgelegd
hij had vastgelegd
wij hadden vastgelegd
jullie hadden vastgelegd
zij hadden vastgelegd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal vastleggen
jij zult vastleggen
hij zal vastleggen
wij zullen vastleggen
jullie zullen vastleggen
zij zullen vastleggen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal vastgelegd hebben
jij zult vastgelegd hebben
hij zal vastgelegd hebben
wij zullen vastgelegd hebben
jullie zullen vastgelegd hebben
zij zullen vastgelegd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou vastleggen
jij zou vastleggen
hij zou vastleggen
wij zouden vastleggen
jullie zouden vastleggen
zij zouden vastleggen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou vastgelegd hebben
jij zou vastgelegd hebben
hij zou vastgelegd hebben
wij zouden vastgelegd hebben
jullie zouden vastgelegd hebben
zij zouden vastgelegd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
leg vast

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/vastleggen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald