NL: vastknopenSynoniemen: aanknopen, binden, knopen, sjorren, strikken
EN: knot, button, tie on, tie, fix, tie up, attach, bind, fasten, button up
FR: attacher ensemble, lier, nouer, attacher, rattacher, lier ensemble, attacher l'un à l'autre
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
vastgeknoopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik knoop vast jij knoopt vast hij knoopt vast wij knopen vast jullie knopen vast zij knopen vast
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb vastgeknoopt jij hebt vastgeknoopt hij heeft vastgeknoopt wij hebben vastgeknoopt jullie hebben vastgeknoopt zij hebben vastgeknoopt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik knoopte vast jij knoopte vast hij knoopte vast wij knoopten vast jullie knoopten vast zij knoopten vast
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had vastgeknoopt jij had vastgeknoopt hij had vastgeknoopt wij hadden vastgeknoopt jullie hadden vastgeknoopt zij hadden vastgeknoopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vastknopen jij zult vastknopen hij zal vastknopen wij zullen vastknopen jullie zullen vastknopen zij zullen vastknopen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal vastgeknoopt hebben jij zult vastgeknoopt hebben hij zal vastgeknoopt hebben wij zullen vastgeknoopt hebben jullie zullen vastgeknoopt hebben zij zullen vastgeknoopt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vastknopen jij zou vastknopen hij zou vastknopen wij zouden vastknopen jullie zouden vastknopen zij zouden vastknopen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou vastgeknoopt hebben jij zou vastgeknoopt hebben hij zou vastgeknoopt hebben wij zouden vastgeknoopt hebben jullie zouden vastgeknoopt hebben zij zouden vastgeknoopt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
knoop vast
|