NL: vastenSynoniemen: abstineren, onthouden
DE: fasten, enthalten
EN: abstain, fast
ES: ayunar, abstenerse, hacer huelga de hambre
FR: faire la grève de la faim, priver de, s'abstenir, jeûner, s'abstenir de, faire carême, faire son carême, observer le carême
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gevast
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vast jij vast hij vast wij vasten jullie vasten zij vasten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gevast jij hebt gevast hij heeft gevast wij hebben gevast jullie hebben gevast zij hebben gevast
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vastte jij vastte hij vastte wij vastten jullie vastten zij vastten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gevast jij had gevast hij had gevast wij hadden gevast jullie hadden gevast zij hadden gevast
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vasten jij zult vasten hij zal vasten wij zullen vasten jullie zullen vasten zij zullen vasten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gevast hebben jij zult gevast hebben hij zal gevast hebben wij zullen gevast hebben jullie zullen gevast hebben zij zullen gevast hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vasten jij zou vasten hij zou vasten wij zouden vasten jullie zouden vasten zij zouden vasten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gevast hebben jij zou gevast hebben hij zou gevast hebben wij zouden gevast hebben jullie zouden gevast hebben zij zouden gevast hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vast
|