Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: variëren

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
gevarieerd

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik varieer
jij varieert
hij varieert
wij variëren
jullie variëren
zij variëren

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
dat ik varieer
dat jij varieert
dat hij varieert
dat wij variëren
dat jullie variëren
dat zij variëren

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gevarieerd
jij hebt gevarieerd
hij heeft gevarieerd
wij hebben gevarieerd
jullie hebben gevarieerd
zij hebben gevarieerd

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik varieerde
jij varieerde
hij varieerde
wij varieerden
jullie varieerden
zij varieerden

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
dat ik varieerde
dat jij varieerde
dat hij varieerde
dat wij varieerden
dat jullie varieerden
dat zij varieerden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gevarieerd
jij had gevarieerd
hij had gevarieerd
wij hadden gevarieerd
jullie hadden gevarieerd
zij hadden gevarieerd

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal variëren
jij zult variëren
hij zal variëren
wij zullen variëren
jullie zullen variëren
zij zullen variëren

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gevarieerd hebben
jij zult gevarieerd hebben
hij zal gevarieerd hebben
wij zullen gevarieerd hebben
jullie zullen gevarieerd hebben
zij zullen gevarieerd hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou variëren
jij zou variëren
hij zou variëren
wij zouden variëren
jullie zouden variëren
zij zouden variëren

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gevarieerd hebben
jij zou gevarieerd hebben
hij zou gevarieerd hebben
wij zouden gevarieerd hebben
jullie zouden gevarieerd hebben
zij zouden gevarieerd hebben

Gebiedende wijs
varieer


Voorbeelden

  1. De tuinen, variërend in grootte van 50 tot 120 m², hebben elk een eigen karakter en trend, van modern tot romantisch, van stoer tot liefelijk
  2. Openingstijden en data kunnen variëren
  3. In de winter variëren de maximumtemperaturen tussen de 20°C en 25°C
  4. Er zijn diverse oude panden tot hotel omgebouwd, variërend van 1- tot 5-sterrenaccomodatie
  5. De Alaska-husky’s variëren sterk in kleur – van helemaal zwart tot geheel wit – en komen in diverse variëteiten voor
  6. De prijzen variëren van vijf tot negen pound
  7. Zij speelt een toonaangevende rol in internationale kwesties, variërend van de opwarming van de aarde tot het conflict in het Midden-Oosten
  8. De regels over de rechten en plichten van een ongetrouwde vader variëren echter per land
  9. algoritmen toegepast worden die de beslissingen laten variëren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden