NL: vaporiseren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gevaporiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vaporiseer jij vaporiseert hij vaporiseert wij vaporiseren jullie vaporiseren zij vaporiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gevaporiseerd jij hebt gevaporiseerd hij heeft gevaporiseerd wij hebben gevaporiseerd jullie hebben gevaporiseerd zij hebben gevaporiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vaporiseerde jij vaporiseerde hij vaporiseerde wij vaporiseerden jullie vaporiseerden zij vaporiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gevaporiseerd jij had gevaporiseerd hij had gevaporiseerd wij hadden gevaporiseerd jullie hadden gevaporiseerd zij hadden gevaporiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal vaporiseren jij zult vaporiseren hij zal vaporiseren wij zullen vaporiseren jullie zullen vaporiseren zij zullen vaporiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gevaporiseerd hebben jij zult gevaporiseerd hebben hij zal gevaporiseerd hebben wij zullen gevaporiseerd hebben jullie zullen gevaporiseerd hebben zij zullen gevaporiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou vaporiseren jij zou vaporiseren hij zou vaporiseren wij zouden vaporiseren jullie zouden vaporiseren zij zouden vaporiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gevaporiseerd hebben jij zou gevaporiseerd hebben hij zou gevaporiseerd hebben wij zouden gevaporiseerd hebben jullie zouden gevaporiseerd hebben zij zouden gevaporiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vaporiseer
|