NL: valuteren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gevaluteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik valuteer jij valuteert hij valuteert wij valuteren jullie valuteren zij valuteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gevaluteerd jij hebt gevaluteerd hij heeft gevaluteerd wij hebben gevaluteerd jullie hebben gevaluteerd zij hebben gevaluteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik valuteerde jij valuteerde hij valuteerde wij valuteerden jullie valuteerden zij valuteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gevaluteerd jij had gevaluteerd hij had gevaluteerd wij hadden gevaluteerd jullie hadden gevaluteerd zij hadden gevaluteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal valuteren jij zult valuteren hij zal valuteren wij zullen valuteren jullie zullen valuteren zij zullen valuteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gevaluteerd hebben jij zult gevaluteerd hebben hij zal gevaluteerd hebben wij zullen gevaluteerd hebben jullie zullen gevaluteerd hebben zij zullen gevaluteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou valuteren jij zou valuteren hij zou valuteren wij zouden valuteren jullie zouden valuteren zij zouden valuteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gevaluteerd hebben jij zou gevaluteerd hebben hij zou gevaluteerd hebben wij zouden gevaluteerd hebben jullie zouden gevaluteerd hebben zij zouden gevaluteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
valuteer
|