Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

valideren vervoegen




NL: valideren
Synoniemen: bekrachtigen

DE: gelten
EN: validate
ES: dar validez, validar
FR: valider

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gevalideerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik valideer
jij valideert
hij valideert
wij valideren
jullie valideren
zij valideren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gevalideerd
jij hebt gevalideerd
hij heeft gevalideerd
wij hebben gevalideerd
jullie hebben gevalideerd
zij hebben gevalideerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik valideerde
jij valideerde
hij valideerde
wij valideerden
jullie valideerden
zij valideerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gevalideerd
jij had gevalideerd
hij had gevalideerd
wij hadden gevalideerd
jullie hadden gevalideerd
zij hadden gevalideerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal valideren
jij zult valideren
hij zal valideren
wij zullen valideren
jullie zullen valideren
zij zullen valideren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gevalideerd hebben
jij zult gevalideerd hebben
hij zal gevalideerd hebben
wij zullen gevalideerd hebben
jullie zullen gevalideerd hebben
zij zullen gevalideerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou valideren
jij zou valideren
hij zou valideren
wij zouden valideren
jullie zouden valideren
zij zouden valideren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gevalideerd hebben
jij zou gevalideerd hebben
hij zou gevalideerd hebben
wij zouden gevalideerd hebben
jullie zouden gevalideerd hebben
zij zouden gevalideerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
valideer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/valideren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald