NL: upcyclen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geüpcycled
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik upcycle jij upcyclet hij upcyclet wij upcyclen jullie upcyclen zij upcyclen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geüpcycled jij hebt geüpcycled hij heeft geüpcycled wij hebben geüpcycled jullie hebben geüpcycled zij hebben geüpcycled
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik upcyclede jij upcyclede hij upcyclede wij upcycleden jullie upcycleden zij upcycleden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geüpcycled jij had geüpcycled hij had geüpcycled wij hadden geüpcycled jullie hadden geüpcycled zij hadden geüpcycled
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal upcyclen jij zult upcyclen hij zal upcyclen wij zullen upcyclen jullie zullen upcyclen zij zullen upcyclen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geüpcycled hebben jij zult geüpcycled hebben hij zal geüpcycled hebben wij zullen geüpcycled hebben jullie zullen geüpcycled hebben zij zullen geüpcycled hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou upcyclen jij zou upcyclen hij zou upcyclen wij zouden upcyclen jullie zouden upcyclen zij zouden upcyclen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geüpcycled hebben jij zou geüpcycled hebben hij zou geüpcycled hebben wij zouden geüpcycled hebben jullie zouden geüpcycled hebben zij zouden geüpcycled hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
upcycle
|