NL: uitzwetenSynoniemen: zweten
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgezweet
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zweet uit jij zweet uit hij zweet uit wij zweten uit jullie zweten uit zij zweten uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgezweet jij hebt uitgezweet hij heeft uitgezweet wij hebben uitgezweet jullie hebben uitgezweet zij hebben uitgezweet
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zweette uit jij zweette uit hij zweette uit wij zweetten uit jullie zweetten uit zij zweetten uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgezweet jij had uitgezweet hij had uitgezweet wij hadden uitgezweet jullie hadden uitgezweet zij hadden uitgezweet
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitzweten jij zult uitzweten hij zal uitzweten wij zullen uitzweten jullie zullen uitzweten zij zullen uitzweten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgezweet hebben jij zult uitgezweet hebben hij zal uitgezweet hebben wij zullen uitgezweet hebben jullie zullen uitgezweet hebben zij zullen uitgezweet hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitzweten jij zou uitzweten hij zou uitzweten wij zouden uitzweten jullie zouden uitzweten zij zouden uitzweten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgezweet hebben jij zou uitgezweet hebben hij zou uitgezweet hebben wij zouden uitgezweet hebben jullie zouden uitgezweet hebben zij zouden uitgezweet hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zweet uit
|