NL: uitzuigenSynoniemen: afpersen, leeghalen, leegzuigen, uitpersen, uitknijpen, plunderen
EN: uitzuigen (leeghalen): ransack, strip bare, gut, empty
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgezogen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zuig uit jij zuigt uit hij zuigt uit wij zuigen uit jullie zuigen uit zij zuigen uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgezogen jij hebt uitgezogen hij heeft uitgezogen wij hebben uitgezogen jullie hebben uitgezogen zij hebben uitgezogen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zoog uit jij zoog uit hij zoog uit wij zogen uit jullie zogen uit zij zogen uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgezogen jij had uitgezogen hij had uitgezogen wij hadden uitgezogen jullie hadden uitgezogen zij hadden uitgezogen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitzuigen jij zult uitzuigen hij zal uitzuigen wij zullen uitzuigen jullie zullen uitzuigen zij zullen uitzuigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgezogen hebben jij zult uitgezogen hebben hij zal uitgezogen hebben wij zullen uitgezogen hebben jullie zullen uitgezogen hebben zij zullen uitgezogen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitzuigen jij zou uitzuigen hij zou uitzuigen wij zouden uitzuigen jullie zouden uitzuigen zij zouden uitzuigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgezogen hebben jij zou uitgezogen hebben hij zou uitgezogen hebben wij zouden uitgezogen hebben jullie zouden uitgezogen hebben zij zouden uitgezogen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zuig uit
|