Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

uitzien vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: uitzien
Synoniemen: smachten, zicht geven, zoeken, uitkijken, snorren, opzoeken

DE: aussehen nach
EN: look forward to
ES: estar deseando, esperar, desear
FR: attendre impatiemment

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
uitgezien
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik zie uit
jij ziet uit
hij ziet uit
wij zien uit
jullie zien uit
zij zien uit
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb uitgezien
jij hebt uitgezien
hij heeft uitgezien
wij hebben uitgezien
jullie hebben uitgezien
zij hebben uitgezien
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik zag uit
jij zag uit
hij zag uit
wij zagen uit
jullie zagen uit
zij zagen uit
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had uitgezien
jij had uitgezien
hij had uitgezien
wij hadden uitgezien
jullie hadden uitgezien
zij hadden uitgezien
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal uitzien
jij zult uitzien
hij zal uitzien
wij zullen uitzien
jullie zullen uitzien
zij zullen uitzien
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal uitgezien hebben
jij zult uitgezien hebben
hij zal uitgezien hebben
wij zullen uitgezien hebben
jullie zullen uitgezien hebben
zij zullen uitgezien hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou uitzien
jij zou uitzien
hij zou uitzien
wij zouden uitzien
jullie zouden uitzien
zij zouden uitzien
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou uitgezien hebben
jij zou uitgezien hebben
hij zou uitgezien hebben
wij zouden uitgezien hebben
jullie zouden uitgezien hebben
zij zouden uitgezien hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
zie uit

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/uitzien

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English