NL: uitwringenSynoniemen: uitknijpen, uitpersen, wringen
EN: wrench, wring out
ES: escurrir, retorcer
FR: essorer, plier, tordre, fléchir, courber, s'incliner, tortiller, recourber
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgewrongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik wring uit jij wringt uit hij wringt uit wij wringen uit jullie wringen uit zij wringen uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgewrongen jij hebt uitgewrongen hij heeft uitgewrongen wij hebben uitgewrongen jullie hebben uitgewrongen zij hebben uitgewrongen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik wrong uit jij wrong uit hij wrong uit wij wrongen uit jullie wrongen uit zij wrongen uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgewrongen jij had uitgewrongen hij had uitgewrongen wij hadden uitgewrongen jullie hadden uitgewrongen zij hadden uitgewrongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitwringen jij zult uitwringen hij zal uitwringen wij zullen uitwringen jullie zullen uitwringen zij zullen uitwringen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgewrongen hebben jij zult uitgewrongen hebben hij zal uitgewrongen hebben wij zullen uitgewrongen hebben jullie zullen uitgewrongen hebben zij zullen uitgewrongen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitwringen jij zou uitwringen hij zou uitwringen wij zouden uitwringen jullie zouden uitwringen zij zouden uitwringen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgewrongen hebben jij zou uitgewrongen hebben hij zou uitgewrongen hebben wij zouden uitgewrongen hebben jullie zouden uitgewrongen hebben zij zouden uitgewrongen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
wring uit
|