NL: uitwaaierenSynoniemen: waaieren, verspreiden, uitzwermen
EN: uitwaaieren (uitzwermen): disperse, fan out, hive off, swarm around, swarm about
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgewaaierd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik waaier uit jij waaiert uit hij waaiert uit wij waaieren uit jullie waaieren uit zij waaieren uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgewaaierd jij hebt uitgewaaierd hij heeft uitgewaaierd wij hebben uitgewaaierd jullie hebben uitgewaaierd zij hebben uitgewaaierd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik waaierde uit jij waaierde uit hij waaierde uit wij waaierden uit jullie waaierden uit zij waaierden uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgewaaierd jij had uitgewaaierd hij had uitgewaaierd wij hadden uitgewaaierd jullie hadden uitgewaaierd zij hadden uitgewaaierd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitwaaieren jij zult uitwaaieren hij zal uitwaaieren wij zullen uitwaaieren jullie zullen uitwaaieren zij zullen uitwaaieren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgewaaierd hebben jij zult uitgewaaierd hebben hij zal uitgewaaierd hebben wij zullen uitgewaaierd hebben jullie zullen uitgewaaierd hebben zij zullen uitgewaaierd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitwaaieren jij zou uitwaaieren hij zou uitwaaieren wij zouden uitwaaieren jullie zouden uitwaaieren zij zouden uitwaaieren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgewaaierd hebben jij zou uitgewaaierd hebben hij zou uitgewaaierd hebben wij zouden uitgewaaierd hebben jullie zouden uitgewaaierd hebben zij zouden uitgewaaierd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
waaier uit
|