NL: uitvissenSynoniemen: aftasten, nagaan, naspeuren, opsporen, uitvinden, uitzoeken, opsnuffelen
DE: einschnupfen
EN: ferret out, dig up
ES: buscar
FR: découvrir, dénicher, tirer au clair, chercher à découvrir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgevist
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vis uit jij vist uit hij vist uit wij vissen uit jullie vissen uit zij vissen uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgevist jij hebt uitgevist hij heeft uitgevist wij hebben uitgevist jullie hebben uitgevist zij hebben uitgevist
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik viste uit jij viste uit hij viste uit wij visten uit jullie visten uit zij visten uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgevist jij had uitgevist hij had uitgevist wij hadden uitgevist jullie hadden uitgevist zij hadden uitgevist
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitvissen jij zult uitvissen hij zal uitvissen wij zullen uitvissen jullie zullen uitvissen zij zullen uitvissen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgevist hebben jij zult uitgevist hebben hij zal uitgevist hebben wij zullen uitgevist hebben jullie zullen uitgevist hebben zij zullen uitgevist hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitvissen jij zou uitvissen hij zou uitvissen wij zouden uitvissen jullie zouden uitvissen zij zouden uitvissen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgevist hebben jij zou uitgevist hebben hij zou uitgevist hebben wij zouden uitgevist hebben jullie zouden uitgevist hebben zij zouden uitgevist hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vis uit
|