NL: uitverkopenSynoniemen: opruimen, opruimingen
EN: sell out, sell off, clear
FR: solder, liquider, brader
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitverkocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verkoop uit jij verkoopt uit hij verkoopt uit wij verkopen uit jullie verkopen uit zij verkopen uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitverkocht jij hebt uitverkocht hij heeft uitverkocht wij hebben uitverkocht jullie hebben uitverkocht zij hebben uitverkocht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verkocht uit jij verkocht uit hij verkocht uit wij verkochten uit jullie verkochten uit zij verkochten uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitverkocht jij had uitverkocht hij had uitverkocht wij hadden uitverkocht jullie hadden uitverkocht zij hadden uitverkocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitverkopen jij zult uitverkopen hij zal uitverkopen wij zullen uitverkopen jullie zullen uitverkopen zij zullen uitverkopen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitverkocht hebben jij zult uitverkocht hebben hij zal uitverkocht hebben wij zullen uitverkocht hebben jullie zullen uitverkocht hebben zij zullen uitverkocht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitverkopen jij zou uitverkopen hij zou uitverkopen wij zouden uitverkopen jullie zouden uitverkopen zij zouden uitverkopen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitverkocht hebben jij zou uitverkocht hebben hij zou uitverkocht hebben wij zouden uitverkocht hebben jullie zouden uitverkocht hebben zij zouden uitverkocht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
koop uit
|