Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

uittreden vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: uittreden
Synoniemen: aftreden, bedanken, terugtrekken

DE: uittreden (aftreden): aus dem amt treten
EN: uittreden (aftreden): withdraw, resign, retrieve, resign from, pull back, retire, abdicate, fetch back, secede from
ES: uittreden (aftreden): retirar, dimitir del cargo, retirarse, cesar, retroceder, dimitir
FR: uittreden (aftreden): se retirer, abdiquer, partir, démissionner, quitter, s'en aller, se dérober

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
uitgetreden
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik treed uit
jij treedt uit
hij treedt uit
wij treden uit
jullie treden uit
zij treden uit
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb uitgetreden
jij hebt uitgetreden
hij heeft uitgetreden
wij hebben uitgetreden
jullie hebben uitgetreden
zij hebben uitgetreden
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik trad uit
jij trad uit
hij trad uit
wij traden uit
jullie traden uit
zij traden uit
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had uitgetreden
jij had uitgetreden
hij had uitgetreden
wij hadden uitgetreden
jullie hadden uitgetreden
zij hadden uitgetreden
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal uittreden
jij zult uittreden
hij zal uittreden
wij zullen uittreden
jullie zullen uittreden
zij zullen uittreden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal uitgetreden hebben
jij zult uitgetreden hebben
hij zal uitgetreden hebben
wij zullen uitgetreden hebben
jullie zullen uitgetreden hebben
zij zullen uitgetreden hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou uittreden
jij zou uittreden
hij zou uittreden
wij zouden uittreden
jullie zouden uittreden
zij zouden uittreden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou uitgetreden hebben
jij zou uitgetreden hebben
hij zou uitgetreden hebben
wij zouden uitgetreden hebben
jullie zouden uitgetreden hebben
zij zouden uitgetreden hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
treed uit

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/uittreden

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English