Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

uitsturen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: uitsturen
Synoniemen: wegzenden, wegsturen, verzenden, ontslaan, ontheffen

EN: uitsturen (wegsturen): discharge, fire, dismiss, lay off, release, sack, drop
ES: uitsturen (wegsturen): echar, mandar, despachar, enviar, destituir, expulsar, disolver
FR: uitsturen (wegsturen): licencier, décharger, renvoyer, congédier, démettre

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
uitgestuurd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik stuur uit
jij stuurt uit
hij stuurt uit
wij sturen uit
jullie sturen uit
zij sturen uit
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb uitgestuurd
jij hebt uitgestuurd
hij heeft uitgestuurd
wij hebben uitgestuurd
jullie hebben uitgestuurd
zij hebben uitgestuurd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik stuurde uit
jij stuurde uit
hij stuurde uit
wij stuurden uit
jullie stuurden uit
zij stuurden uit
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had uitgestuurd
jij had uitgestuurd
hij had uitgestuurd
wij hadden uitgestuurd
jullie hadden uitgestuurd
zij hadden uitgestuurd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal uitsturen
jij zult uitsturen
hij zal uitsturen
wij zullen uitsturen
jullie zullen uitsturen
zij zullen uitsturen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal uitgestuurd hebben
jij zult uitgestuurd hebben
hij zal uitgestuurd hebben
wij zullen uitgestuurd hebben
jullie zullen uitgestuurd hebben
zij zullen uitgestuurd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou uitsturen
jij zou uitsturen
hij zou uitsturen
wij zouden uitsturen
jullie zouden uitsturen
zij zouden uitsturen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou uitgestuurd hebben
jij zou uitgestuurd hebben
hij zou uitgestuurd hebben
wij zouden uitgestuurd hebben
jullie zouden uitgestuurd hebben
zij zouden uitgestuurd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
stuur uit

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/uitsturen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English