Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

uitstralen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: uitstralen
Synoniemen: afstralen, rondstralen, zenden, uitzenden

DE: uitstralen (rondstralen): senden, ausstrahlen
EN: uitstralen (rondstralen): emit, emanate, exude, send out
FR: uitstralen (rondstralen): émettre, diffuser, émaner, radiodiffuser

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
uitgestraald
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik straal uit
jij straalt uit
hij straalt uit
wij stralen uit
jullie stralen uit
zij stralen uit
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb uitgestraald
jij hebt uitgestraald
hij heeft uitgestraald
wij hebben uitgestraald
jullie hebben uitgestraald
zij hebben uitgestraald
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik straalde uit
jij straalde uit
hij straalde uit
wij straalden uit
jullie straalden uit
zij straalden uit
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had uitgestraald
jij had uitgestraald
hij had uitgestraald
wij hadden uitgestraald
jullie hadden uitgestraald
zij hadden uitgestraald
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal uitstralen
jij zult uitstralen
hij zal uitstralen
wij zullen uitstralen
jullie zullen uitstralen
zij zullen uitstralen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal uitgestraald hebben
jij zult uitgestraald hebben
hij zal uitgestraald hebben
wij zullen uitgestraald hebben
jullie zullen uitgestraald hebben
zij zullen uitgestraald hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou uitstralen
jij zou uitstralen
hij zou uitstralen
wij zouden uitstralen
jullie zouden uitstralen
zij zouden uitstralen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou uitgestraald hebben
jij zou uitgestraald hebben
hij zou uitgestraald hebben
wij zouden uitgestraald hebben
jullie zouden uitgestraald hebben
zij zouden uitgestraald hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
straal uit

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/uitstralen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English