NL: uitstralenSynoniemen: afstralen, rondstralen, zenden, uitzenden
DE: uitstralen (rondstralen): senden, ausstrahlen
EN: uitstralen (rondstralen): emit, emanate, exude, send out
FR: uitstralen (rondstralen): émettre, diffuser, émaner, radiodiffuser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgestraald
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik straal uit jij straalt uit hij straalt uit wij stralen uit jullie stralen uit zij stralen uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgestraald jij hebt uitgestraald hij heeft uitgestraald wij hebben uitgestraald jullie hebben uitgestraald zij hebben uitgestraald
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik straalde uit jij straalde uit hij straalde uit wij straalden uit jullie straalden uit zij straalden uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgestraald jij had uitgestraald hij had uitgestraald wij hadden uitgestraald jullie hadden uitgestraald zij hadden uitgestraald
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitstralen jij zult uitstralen hij zal uitstralen wij zullen uitstralen jullie zullen uitstralen zij zullen uitstralen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgestraald hebben jij zult uitgestraald hebben hij zal uitgestraald hebben wij zullen uitgestraald hebben jullie zullen uitgestraald hebben zij zullen uitgestraald hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitstralen jij zou uitstralen hij zou uitstralen wij zouden uitstralen jullie zouden uitstralen zij zouden uitstralen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgestraald hebben jij zou uitgestraald hebben hij zou uitgestraald hebben wij zouden uitgestraald hebben jullie zouden uitgestraald hebben zij zouden uitgestraald hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
straal uit
|