NL: uitstortenSynoniemen: gieten, luchten, schenken
EN: uitstorten (gieten): pour, sprinkle
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgestort
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stort uit jij stort uit hij stort uit wij storten uit jullie storten uit zij storten uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben uitgestort jij bent uitgestort hij is uitgestort wij zijn uitgestort jullie zijn uitgestort zij zijn uitgestort
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stortte uit jij stortte uit hij stortte uit wij stortten uit jullie stortten uit zij stortten uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was uitgestort jij was uitgestort hij was uitgestort wij waren uitgestort jullie waren uitgestort zij waren uitgestort
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitstorten jij zult uitstorten hij zal uitstorten wij zullen uitstorten jullie zullen uitstorten zij zullen uitstorten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgestort zijn jij zult uitgestort zijn hij zal uitgestort zijn wij zullen uitgestort zijn jullie zullen uitgestort zijn zij zullen uitgestort zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitstorten jij zou uitstorten hij zou uitstorten wij zouden uitstorten jullie zouden uitstorten zij zouden uitstorten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgestort zijn jij zou uitgestort zijn hij zou uitgestort zijn wij zouden uitgestort zijn jullie zouden uitgestort zijn zij zouden uitgestort zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stort uit
|