Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

uitstippelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: uitstippelen
Synoniemen: aangeven, uitzetten, schetsen, ontwerpen

DE: abstecken, festlegen, abgrenzen, abzeichnen, trassieren
EN: clearly define
ES: planificar una ruta ó un proyecto, elaborar, demarcar, delimitar
FR: définir, tracer, jalonner

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
uitgestippeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik stippel uit
jij stippelt uit
hij stippelt uit
wij stippelen uit
jullie stippelen uit
zij stippelen uit
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb uitgestippeld
jij hebt uitgestippeld
hij heeft uitgestippeld
wij hebben uitgestippeld
jullie hebben uitgestippeld
zij hebben uitgestippeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik stippelde uit
jij stippelde uit
hij stippelde uit
wij stippelden uit
jullie stippelden uit
zij stippelden uit
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had uitgestippeld
jij had uitgestippeld
hij had uitgestippeld
wij hadden uitgestippeld
jullie hadden uitgestippeld
zij hadden uitgestippeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal uitstippelen
jij zult uitstippelen
hij zal uitstippelen
wij zullen uitstippelen
jullie zullen uitstippelen
zij zullen uitstippelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal uitgestippeld hebben
jij zult uitgestippeld hebben
hij zal uitgestippeld hebben
wij zullen uitgestippeld hebben
jullie zullen uitgestippeld hebben
zij zullen uitgestippeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou uitstippelen
jij zou uitstippelen
hij zou uitstippelen
wij zouden uitstippelen
jullie zouden uitstippelen
zij zouden uitstippelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou uitgestippeld hebben
jij zou uitgestippeld hebben
hij zou uitgestippeld hebben
wij zouden uitgestippeld hebben
jullie zouden uitgestippeld hebben
zij zouden uitgestippeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
stippel uit

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/uitstippelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English