Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

uitsteken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: uitsteken
Synoniemen: eruitspringend, opvallen, uitblinken, uithollen, uitspringen, uitstrekken, uitbreiden, strekken, rekken, ophouden, opvallend, uitmunten, schitteren, overtreffen, onderscheiden, excelleren, vooruitsteken, vooruitspringen, uitstaan, oprijzen, afsteken

DE: das Hinausragen
EN: the sticking out, the protruding, the bulging
ES: el sobresalir
FR: le protubérer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
uitgestoken
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik steek uit
jij steekt uit
hij steekt uit
wij steken uit
jullie steken uit
zij steken uit
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb uitgestoken
jij hebt uitgestoken
hij heeft uitgestoken
wij hebben uitgestoken
jullie hebben uitgestoken
zij hebben uitgestoken
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik stak uit
jij stak uit
hij stak uit
wij staken uit
jullie staken uit
zij staken uit
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had uitgestoken
jij had uitgestoken
hij had uitgestoken
wij hadden uitgestoken
jullie hadden uitgestoken
zij hadden uitgestoken
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal uitsteken
jij zult uitsteken
hij zal uitsteken
wij zullen uitsteken
jullie zullen uitsteken
zij zullen uitsteken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal uitgestoken hebben
jij zult uitgestoken hebben
hij zal uitgestoken hebben
wij zullen uitgestoken hebben
jullie zullen uitgestoken hebben
zij zullen uitgestoken hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou uitsteken
jij zou uitsteken
hij zou uitsteken
wij zouden uitsteken
jullie zouden uitsteken
zij zouden uitsteken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou uitgestoken hebben
jij zou uitgestoken hebben
hij zou uitgestoken hebben
wij zouden uitgestoken hebben
jullie zouden uitgestoken hebben
zij zouden uitgestoken hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
steek uit

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/uitsteken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English