NL: uitschrijvenSynoniemen: beleggen, invullen, schrappen,
DE: ausschreiben
EN: write out
ES: borrar
FR: transcrire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgeschreven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schrijf uit jij schrijft uit hij schrijft uit wij schrijven uit jullie schrijven uit zij schrijven uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgeschreven jij hebt uitgeschreven hij heeft uitgeschreven wij hebben uitgeschreven jullie hebben uitgeschreven zij hebben uitgeschreven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schreef uit jij schreef uit hij schreef uit wij schreven uit jullie schreven uit zij schreven uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgeschreven jij had uitgeschreven hij had uitgeschreven wij hadden uitgeschreven jullie hadden uitgeschreven zij hadden uitgeschreven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitschrijven jij zult uitschrijven hij zal uitschrijven wij zullen uitschrijven jullie zullen uitschrijven zij zullen uitschrijven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgeschreven hebben jij zult uitgeschreven hebben hij zal uitgeschreven hebben wij zullen uitgeschreven hebben jullie zullen uitgeschreven hebben zij zullen uitgeschreven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitschrijven jij zou uitschrijven hij zou uitschrijven wij zouden uitschrijven jullie zouden uitschrijven zij zouden uitschrijven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgeschreven hebben jij zou uitgeschreven hebben hij zou uitgeschreven hebben wij zouden uitgeschreven hebben jullie zouden uitgeschreven hebben zij zouden uitgeschreven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schrijf uit
|