NL: uitschreeuwenSynoniemen: uitbrullen, uitroepen, uitgillen, brullen, uitkrijsen
EN: shriek, cry out, shout out loud
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgeschreeuwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schreeuw uit jij schreeuwt uit hij schreeuwt uit wij schreeuwen uit jullie schreeuwen uit zij schreeuwen uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgeschreeuwd jij hebt uitgeschreeuwd hij heeft uitgeschreeuwd wij hebben uitgeschreeuwd jullie hebben uitgeschreeuwd zij hebben uitgeschreeuwd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schreeuwde uit jij schreeuwde uit hij schreeuwde uit wij schreeuwden uit jullie schreeuwden uit zij schreeuwden uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgeschreeuwd jij had uitgeschreeuwd hij had uitgeschreeuwd wij hadden uitgeschreeuwd jullie hadden uitgeschreeuwd zij hadden uitgeschreeuwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitschreeuwen jij zult uitschreeuwen hij zal uitschreeuwen wij zullen uitschreeuwen jullie zullen uitschreeuwen zij zullen uitschreeuwen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgeschreeuwd hebben jij zult uitgeschreeuwd hebben hij zal uitgeschreeuwd hebben wij zullen uitgeschreeuwd hebben jullie zullen uitgeschreeuwd hebben zij zullen uitgeschreeuwd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitschreeuwen jij zou uitschreeuwen hij zou uitschreeuwen wij zouden uitschreeuwen jullie zouden uitschreeuwen zij zouden uitschreeuwen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgeschreeuwd hebben jij zou uitgeschreeuwd hebben hij zou uitgeschreeuwd hebben wij zouden uitgeschreeuwd hebben jullie zouden uitgeschreeuwd hebben zij zouden uitgeschreeuwd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schreeuw uit
|