Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

uitroepen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: uitroepen
Synoniemen: afkondigen, gillen, huldigen, uitschreeuwen, uitgillen, brullen, uitkrijsen, uitbrullen

DE: uitroepen (het uitgillen): rasen, schreien, bellen, toben, heulen, singen, jagen, hausen, wettern, schallen, sausen, dröhnen, fegen, poltern, grassieren
EN: uitroepen (het uitgillen): shriek, shout, bellow, roar, scream, yell, cry out
ES: uitroepen (het uitgillen): ladrar, gritar, chillar, vocear, dar voces, gritar a voces, hacer estragos, pegar voces, dar gritos
FR: uitroepen (het uitgillen): crier, vociférer, hurler, gronder, bouillonner, gueuler, brailler, tonner, tempêter, fulminer, japper, mugir, faire rage, bêler, se déchaîner

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
uitgeroepen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik roep uit
jij roept uit
hij roept uit
wij roepen uit
jullie roepen uit
zij roepen uit
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb uitgeroepen
jij hebt uitgeroepen
hij heeft uitgeroepen
wij hebben uitgeroepen
jullie hebben uitgeroepen
zij hebben uitgeroepen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik riep uit
jij riep uit
hij riep uit
wij riepen uit
jullie riepen uit
zij riepen uit
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had uitgeroepen
jij had uitgeroepen
hij had uitgeroepen
wij hadden uitgeroepen
jullie hadden uitgeroepen
zij hadden uitgeroepen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal uitroepen
jij zult uitroepen
hij zal uitroepen
wij zullen uitroepen
jullie zullen uitroepen
zij zullen uitroepen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal uitgeroepen hebben
jij zult uitgeroepen hebben
hij zal uitgeroepen hebben
wij zullen uitgeroepen hebben
jullie zullen uitgeroepen hebben
zij zullen uitgeroepen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou uitroepen
jij zou uitroepen
hij zou uitroepen
wij zouden uitroepen
jullie zouden uitroepen
zij zouden uitroepen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou uitgeroepen hebben
jij zou uitgeroepen hebben
hij zou uitgeroepen hebben
wij zouden uitgeroepen hebben
jullie zouden uitgeroepen hebben
zij zouden uitgeroepen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
roep uit

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/uitroepen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English