NL: uitpluizenSynoniemen: onderzoeken, ontwarren, uitzoeken, uitvezelen, uitrafelen, ontrafelen, ontraadselen
EN: uitpluizen (ontwarren): unravel, disentwine, disentangle
FR: uitpluizen (ontwarren): débrouiller, dérober, décrypter, dénouer, déchiffrer, explorer, démêler, décortiquer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgeplozen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pluis uit jij pluist uit hij pluist uit wij pluizen uit jullie pluizen uit zij pluizen uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgeplozen jij hebt uitgeplozen hij heeft uitgeplozen wij hebben uitgeplozen jullie hebben uitgeplozen zij hebben uitgeplozen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ploos uit jij ploos uit hij ploos uit wij plozen uit jullie plozen uit zij plozen uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgeplozen jij had uitgeplozen hij had uitgeplozen wij hadden uitgeplozen jullie hadden uitgeplozen zij hadden uitgeplozen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitpluizen jij zult uitpluizen hij zal uitpluizen wij zullen uitpluizen jullie zullen uitpluizen zij zullen uitpluizen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgeplozen hebben jij zult uitgeplozen hebben hij zal uitgeplozen hebben wij zullen uitgeplozen hebben jullie zullen uitgeplozen hebben zij zullen uitgeplozen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitpluizen jij zou uitpluizen hij zou uitpluizen wij zouden uitpluizen jullie zouden uitpluizen zij zouden uitpluizen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgeplozen hebben jij zou uitgeplozen hebben hij zou uitgeplozen hebben wij zouden uitgeplozen hebben jullie zouden uitgeplozen hebben zij zouden uitgeplozen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pluis uit
|