NL: uitpikkenSynoniemen: selecteren, uitkiezen, ziften, uitzoeken, schiften, kiezen, verkiezen, uitlezen
DE: uitpikken (selecteren): auswählen, selektieren, heraussuchen, sieben, herauspicken, sichten, sortieren, auslesen
EN: uitpikken (selecteren): choose, select, sort out, pick out, prefer, pick, single out
ES: uitpikken (selecteren): seleccionar
FR: uitpikken (selecteren): choisir, sélectionner, élire, préférer, opter pour, prendre
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgepikt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pik uit jij pikt uit hij pikt uit wij pikken uit jullie pikken uit zij pikken uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgepikt jij hebt uitgepikt hij heeft uitgepikt wij hebben uitgepikt jullie hebben uitgepikt zij hebben uitgepikt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik pikte uit jij pikte uit hij pikte uit wij pikten uit jullie pikten uit zij pikten uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgepikt jij had uitgepikt hij had uitgepikt wij hadden uitgepikt jullie hadden uitgepikt zij hadden uitgepikt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitpikken jij zult uitpikken hij zal uitpikken wij zullen uitpikken jullie zullen uitpikken zij zullen uitpikken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgepikt hebben jij zult uitgepikt hebben hij zal uitgepikt hebben wij zullen uitgepikt hebben jullie zullen uitgepikt hebben zij zullen uitgepikt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitpikken jij zou uitpikken hij zou uitpikken wij zouden uitpikken jullie zouden uitpikken zij zouden uitpikken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgepikt hebben jij zou uitgepikt hebben hij zou uitgepikt hebben wij zouden uitgepikt hebben jullie zouden uitgepikt hebben zij zouden uitgepikt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pik uit
|