NL: uitlekkenSynoniemen: bekend worden, uitdruipen, uitdruppelen, afdruppelen, afdruipen
DE: uitlekken (uitdruipen): auslecken, abtropfen
EN: uitlekken (uitdruipen): trickle, drip, drain, exude, dribble, ooze
ES: uitlekken (uitdruipen): filtrarse, rezumar, resudar
FR: uitlekken (uitdruipen): s'égouter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgelekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lek uit jij lekt uit hij lekt uit wij lekken uit jullie lekken uit zij lekken uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgelekt jij hebt uitgelekt hij heeft uitgelekt wij hebben uitgelekt jullie hebben uitgelekt zij hebben uitgelekt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik lekte uit jij lekte uit hij lekte uit wij lekten uit jullie lekten uit zij lekten uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgelekt jij had uitgelekt hij had uitgelekt wij hadden uitgelekt jullie hadden uitgelekt zij hadden uitgelekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitlekken jij zult uitlekken hij zal uitlekken wij zullen uitlekken jullie zullen uitlekken zij zullen uitlekken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgelekt hebben jij zult uitgelekt hebben hij zal uitgelekt hebben wij zullen uitgelekt hebben jullie zullen uitgelekt hebben zij zullen uitgelekt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitlekken jij zou uitlekken hij zou uitlekken wij zouden uitlekken jullie zouden uitlekken zij zouden uitlekken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgelekt hebben jij zou uitgelekt hebben hij zou uitgelekt hebben wij zouden uitgelekt hebben jullie zouden uitgelekt hebben zij zouden uitgelekt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lek uit
|