Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

uitlachen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: uitlachen
Synoniemen: bespotten, uitjouwen

DE: auslachen, verspotten
EN: laugh at, ridicule, ironize
ES: reirse de
FR: rire de, se moquer de, rire au nez de

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
uitgelachen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik lach uit
jij lacht uit
hij lacht uit
wij lachen uit
jullie lachen uit
zij lachen uit
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb uitgelachen
jij hebt uitgelachen
hij heeft uitgelachen
wij hebben uitgelachen
jullie hebben uitgelachen
zij hebben uitgelachen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik lachte uit
jij lachte uit
hij lachte uit
wij lachten uit
jullie lachten uit
zij lachten uit
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had uitgelachen
jij had uitgelachen
hij had uitgelachen
wij hadden uitgelachen
jullie hadden uitgelachen
zij hadden uitgelachen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal uitlachen
jij zult uitlachen
hij zal uitlachen
wij zullen uitlachen
jullie zullen uitlachen
zij zullen uitlachen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal uitgelachen hebben
jij zult uitgelachen hebben
hij zal uitgelachen hebben
wij zullen uitgelachen hebben
jullie zullen uitgelachen hebben
zij zullen uitgelachen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou uitlachen
jij zou uitlachen
hij zou uitlachen
wij zouden uitlachen
jullie zouden uitlachen
zij zouden uitlachen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou uitgelachen hebben
jij zou uitgelachen hebben
hij zou uitgelachen hebben
wij zouden uitgelachen hebben
jullie zouden uitgelachen hebben
zij zouden uitgelachen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
lach uit

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/uitlachen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English