NL: uitkristalliseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgekristalliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kristalliseer uit jij kristalliseert uit hij kristalliseert uit wij uitmarcheren uit jullie uitmarcheren uit zij uitmarcheren uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgekristalliseerd jij hebt uitgekristalliseerd hij heeft uitgekristalliseerd wij hebben uitgekristalliseerd jullie hebben uitgekristalliseerd zij hebben uitgekristalliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kristalliseerde uit jij kristalliseerde uit hij kristalliseerde uit wij kristalliseerden uit jullie kristalliseerden uit zij kristalliseerden uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgekristalliseerd jij had uitgekristalliseerd hij had uitgekristalliseerd wij hadden uitgekristalliseerd jullie hadden uitgekristalliseerd zij hadden uitgekristalliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitkristalliseren jij zult uitkristalliseren hij zal uitkristalliseren wij zullen uitkristalliseren jullie zullen uitkristalliseren zij zullen uitkristalliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgekristalliseerd hebben jij zult uitgekristalliseerd hebben hij zal uitgekristalliseerd hebben wij zullen uitgekristalliseerd hebben jullie zullen uitgekristalliseerd hebben zij zullen uitgekristalliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitkristalliseren jij zou uitkristalliseren hij zou uitkristalliseren wij zouden uitkristalliseren jullie zouden uitkristalliseren zij zouden uitkristalliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgekristalliseerd hebben jij zou uitgekristalliseerd hebben hij zou uitgekristalliseerd hebben wij zouden uitgekristalliseerd hebben jullie zouden uitgekristalliseerd hebben zij zouden uitgekristalliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kristalliseer uit
|