NL: uitkloppenSynoniemen: uitschudden, uitslaan, uitdeuken
FR: uitkloppen (uitdeuken): débosseler, décabosser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgeklopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik klop uit jij klopt uit hij klopt uit wij kloppen uit jullie kloppen uit zij kloppen uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgeklopt jij hebt uitgeklopt hij heeft uitgeklopt wij hebben uitgeklopt jullie hebben uitgeklopt zij hebben uitgeklopt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik klopte uit jij klopte uit hij klopte uit wij klopten uit jullie klopten uit zij klopten uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgeklopt jij had uitgeklopt hij had uitgeklopt wij hadden uitgeklopt jullie hadden uitgeklopt zij hadden uitgeklopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitkloppen jij zult uitkloppen hij zal uitkloppen wij zullen uitkloppen jullie zullen uitkloppen zij zullen uitkloppen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgeklopt hebben jij zult uitgeklopt hebben hij zal uitgeklopt hebben wij zullen uitgeklopt hebben jullie zullen uitgeklopt hebben zij zullen uitgeklopt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitkloppen jij zou uitkloppen hij zou uitkloppen wij zouden uitkloppen jullie zouden uitkloppen zij zouden uitkloppen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgeklopt hebben jij zou uitgeklopt hebben hij zou uitgeklopt hebben wij zouden uitgeklopt hebben jullie zouden uitgeklopt hebben zij zouden uitgeklopt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
klop uit
|