NL: uitkammenSynoniemen: afspeuren, schoffelen, aanharken
DE: uitkammen (grondig doorzoeken): gründlich untersuchen
EN: uitkammen (grondig doorzoeken): search thoroughly, search
ES: uitkammen (grondig doorzoeken): registrar detenidamente
FR: uitkammen (grondig doorzoeken): fouiller de fond en comble
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgekamd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kam uit jij kamt uit hij kamt uit wij kammen uit jullie kammen uit zij kammen uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgekamd jij hebt uitgekamd hij heeft uitgekamd wij hebben uitgekamd jullie hebben uitgekamd zij hebben uitgekamd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kamde uit jij kamde uit hij kamde uit wij kamden uit jullie kamden uit zij kamden uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgekamd jij had uitgekamd hij had uitgekamd wij hadden uitgekamd jullie hadden uitgekamd zij hadden uitgekamd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitkammen jij zult uitkammen hij zal uitkammen wij zullen uitkammen jullie zullen uitkammen zij zullen uitkammen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgekamd hebben jij zult uitgekamd hebben hij zal uitgekamd hebben wij zullen uitgekamd hebben jullie zullen uitgekamd hebben zij zullen uitgekamd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitkammen jij zou uitkammen hij zou uitkammen wij zouden uitkammen jullie zouden uitkammen zij zouden uitkammen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgekamd hebben jij zou uitgekamd hebben hij zou uitgekamd hebben wij zouden uitgekamd hebben jullie zouden uitgekamd hebben zij zouden uitgekamd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kam uit
|