NL: uitkafferenSynoniemen: uitfoeteren, uitvloeken, uitschelden
EN: uitkafferen (uitfoeteren): scold, bawl out, swear at, tell off, storm at, tick off
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgekafferd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kaffer uit jij kaffert uit hij kaffert uit wij kafferen uit jullie kafferen uit zij kafferen uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgekafferd jij hebt uitgekafferd hij heeft uitgekafferd wij hebben uitgekafferd jullie hebben uitgekafferd zij hebben uitgekafferd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kafferde uit jij kafferde uit hij kafferde uit wij kafferden uit jullie kafferden uit zij kafferden uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgekafferd jij had uitgekafferd hij had uitgekafferd wij hadden uitgekafferd jullie hadden uitgekafferd zij hadden uitgekafferd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitkafferen jij zult uitkafferen hij zal uitkafferen wij zullen uitkafferen jullie zullen uitkafferen zij zullen uitkafferen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgekafferd hebben jij zult uitgekafferd hebben hij zal uitgekafferd hebben wij zullen uitgekafferd hebben jullie zullen uitgekafferd hebben zij zullen uitgekafferd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitkafferen jij zou uitkafferen hij zou uitkafferen wij zouden uitkafferen jullie zouden uitkafferen zij zouden uitkafferen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgekafferd hebben jij zou uitgekafferd hebben hij zou uitgekafferd hebben wij zouden uitgekafferd hebben jullie zouden uitgekafferd hebben zij zouden uitgekafferd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kaffer uit
|