Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

uithuwelijken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: uithuwelijken
Synoniemen: wegschenken, uithuwen

DE: uithuwelijken (ten huwelijk geven): vermählen, verheiraten mit
EN: uithuwelijken (ten huwelijk geven): marry off, give away, give in marriage, gift away
ES: uithuwelijken (ten huwelijk geven): casarse, casar una persona a su hijo
FR: uithuwelijken (ten huwelijk geven): donner en mariage, marier, donner

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
uitgehuwelijkt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik huwelijk uit
jij huwelijkt uit
hij huwelijkt uit
wij huwelijken uit
jullie huwelijken uit
zij huwelijken uit
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb uitgehuwelijkt
jij hebt uitgehuwelijkt
hij heeft uitgehuwelijkt
wij hebben uitgehuwelijkt
jullie hebben uitgehuwelijkt
zij hebben uitgehuwelijkt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik huwelijkte uit
jij huwelijkte uit
hij huwelijkte uit
wij huwelijkten uit
jullie huwelijkten uit
zij huwelijkten uit
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had uitgehuwelijkt
jij had uitgehuwelijkt
hij had uitgehuwelijkt
wij hadden uitgehuwelijkt
jullie hadden uitgehuwelijkt
zij hadden uitgehuwelijkt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal uithuwelijken
jij zult uithuwelijken
hij zal uithuwelijken
wij zullen uithuwelijken
jullie zullen uithuwelijken
zij zullen uithuwelijken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal uitgehuwelijkt hebben
jij zult uitgehuwelijkt hebben
hij zal uitgehuwelijkt hebben
wij zullen uitgehuwelijkt hebben
jullie zullen uitgehuwelijkt hebben
zij zullen uitgehuwelijkt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou uithuwelijken
jij zou uithuwelijken
hij zou uithuwelijken
wij zouden uithuwelijken
jullie zouden uithuwelijken
zij zouden uithuwelijken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou uitgehuwelijkt hebben
jij zou uitgehuwelijkt hebben
hij zou uitgehuwelijkt hebben
wij zouden uitgehuwelijkt hebben
jullie zouden uitgehuwelijkt hebben
zij zouden uitgehuwelijkt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
huwelijk uit

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/uithuwelijken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English